Vriendenverhalen
Verteltheater met psychosociale ontwikkelingsverhalen
Voor elk leerjaar een interactieve voorstelling: vertelling en leergesprek (+/- 30 min.)
1ste leerjaar: ‘Krababouchacha!’, mag Roel meespelen ook al doet hij een beetje vreemd?
2de leerjaar: ‘Enig’, een veulen wordt geboren met een bobbel op haar hoofd.
3de leerjaar: ‘De heksensprong’, Ferre neemt zich vast voor nooit meer uitgelachen te worden.
4de leerjaar: ‘Een beetje meer, een beetje min, en heel veel zee’, een zeemeermin wil dat iedereen haar lief vindt.
5de leerjaar: ‘BFF’, Yasmin en Sara behoren tot heel andere vriendengroepen, maar ooit waren ze beste vriendinnen.
6de leerjaar: ‘Vriendschap krul geuk’, kan Lucas de vloek van wantrouwen verbreken in het Ravensteinkasteel?
De kracht van verhalen
Deze serie voorstellingen Vriendenverhalen is ontwikkeld om schoolkinderen te stimuleren tot psychosociale ontwikkeling. Het verteltheater nodigt kinderen uit om zich in te leven in zowel een onzeker slachtoffer als een vervelende pestkop die zich probeert staande te houden in een complexe sociale situatie. Het biedt een kader om eigen emoties te plaatsen, vraagt begrip voor anderen, en roept op tot actie. De verhalen maken sociale en emotionele problemen bespreekbaar op een veilige manier: niemand wordt beschuldigd of aangevallen. Gedrag, situaties en emoties worden in een fictieve wereld verkend, op voldoende afstand om veilig te zijn, en dicht genoeg om invoelbaar te zijn. Na elk verhaal houdt de verteller een leergesprek om de boodschappen uit het verhaal te verhelderen en de transfer naar de dagelijkse werkelijkheid te helpen maken. Bij elk verhaal hoort ook een fiche met suggesties voor verdere klassikale verwerking door de klasleerkracht. De verhalen zijn roldoorbrekend en diversiteitssensitief.
Het verteltheater sluit aan bij de eindtermen onder punt Mens en maatschappij, ik en de ander, 1.4. ‘De leerlingen kunnen in concrete situaties verschillende manieren van omgaan met elkaar herkennen, erover praten en aangeven dat deze op elkaar inspelen.’ en bij de leergebiedoverschrijdende eindtermen sociale vaardigheden, domein relatiewijzen (1.2, 1.3, 1.4, 1.7 en 1.9).
Het verteltheater kan deel uitmaken van een schoolbreed anti-pestbeleid. Dit houdt meestal in dat er een visie wordt uitgewerkt, alle volwassenen systematisch op ongewenst sociaal gedrag reageren, en kinderen vaardigheden leren (zoals de ‘stop – loop – praat – routine’ uit o.a. de KIVA-pestpreventiemethode). Het verteltheater richt zich op inzicht en attitudevorming. Waar er al een vaardighedengerichte aanpak bestaat, zullen ze elkaar complementair versterken.
Flexibel en coronaproof
- Hoewel de verhalen over de leerjaren heen een logische opbouw hebben, is het niet noodzakelijk dat een school alle verhalen opneemt of dat de kinderen alle verhalen volgen. Elk verhaal staat op zich.
- Klassen kunnen samengevoegd worden om samen aan het verteltheater deel te nemen. Leerlingen kunnen per graad (bv. 1ste en 2de leerjaar samen, of zelfs 1ste, 2de en 3de leerjaar samen) of met parallelklassen samen komen. Om voldoende interactiviteit mogelijk te maken, wordt de groep best tot zo’n 50-tal leerlingen per voorstelling beperkt.
- Het verteltheater komt naar de school, en past zich aan de situatie aan. Er is geen busreis nodig en groepen kunnen uit elkaar gehouden worden. De voorstellingen worden best georganiseerd in een goed geventileerde ruimte, waar een speelvlak van 3,5 x 2 meter beschikbaar is. In veel gevallen kan het gewoon in de klas!